Zoals bij veel Oosterse geneeswijzen speelt bet energieconcept een belangrijke rol. Hier is overigens niets zweverigs aan. In principe is alles energie. Er is energie bij de gratie van tegenpolen; plus en min, yin en yang zo u wilt.
Een batterijtje kan zonder plus en min geen spanning geven. Zonder mannetje en vrouwtje is er geen nageslacht. Rust bestaat bij de gratie van inspanning  Hoog en laag, dik en dun, hard en zacht: alles heeft een tegenpool.

En de spanning of  ‘wrijving’ tussen die polen genereert energie.

Het is natuurlijk wel zaak dat deze tegenpolen een zeker evenwicht behouden.  En ja, ook in het lichaam kunnen ongezonde situaties ontstaan waarbij aan de ene kant een teveel ontstaat en aan de andere een tekort, Deze moeten worden opgespoord en hersteld.

Simpel gezegd; wat te hard is moet zachter worden, wat te zacht (zwak) is moet worden versterkt; koude moet worden verwarmt, hitte gekoeld, etc. En dan komen we weer bij het aloude basisprincipe van de Oosterse filosofie; het herstellen van de balans.